Schilderen met klei, het is zo eens iets anders. Sterker nog: het is compleet iets anders. ZO anders, dat ik het zelfs zonder nadenken ‘verven’ noemde in de titel, terwijl het wel degelijk om ‘schilderen’ gaat, en ik mij al heel mijn leven vreselijk erger aan het door elkaar gebruik van die termen. (Voor de onwetenden onder jullie: ‘verven’ is een laag verf op iets zetten, zoals op een muur. Een muur, een kamer, een huis VERF je. ‘Schilderen’ is iets meer doen met die verf, een schilderij maken. Zo, blij dat deze kwestie bij deze eindelijk verduidelijkt is
.)
Soit, ik ben deze week dus uuuuuuuuuuuuren bezig geweest met verven, euh, schilderen met klei, dagen aan een stuk. Op witbakkende leerharde klei met zwartbakkende klei. En mengels van die 2, veel mengsels. Echt makkelijk gaat dat niet, met al die korrels. De manier waarop mijn penseel aanvoelde leek op de weerstand die je voelt als je met een verfborstel over een bakstenen buitenmuur gaat. Maar het was wel plezant eigenlijk, zo nog eens iets, euh, herkenbaars schilderen, dat was echt wel lang geleden. Wat het was, dat kom je nog wel te weten, als de tijd rijp is. Wat in keramiektermen bijna zoveel betekent als: tegen dat het gebakken is ;-).
Gisterennamiddag samen met papa het Mijnmuseum in Beringen bezocht,
écht de moeite! Ik zou er uren en uren over kunnen schrijven, maar ik hou het hier bij 1 goede raad: ga er naartoe! Er zijn elke dag rondleidingen (door oud mijnwerkers), de uren vind je op hun website.
Ik had het geluk om 2 zelfs gidsen te hebben
, papa heeft immers 11 jaar in de Mijn van Houthalen gewerkt, als Chef-Porion. Er kwamen heel wat verschillen in gebruiken tussen de koolmijnen van Beringen en Houthalen naar boven, maar 1 ding was helemaal hetzelfde: de Franse benamingen vliegen rond uw oren! De gebouwen zelf blijven erg indrukwekkend, net zoals de verhalen. Ik kan het eigenlijk nog altijd niet vatten.
|
||||
( klik op de foto’s voor een vergroting en een regeltje uitleg ) |
||||
|
|
||||
|
(Dit is deel 2. Klik hier om deel 1 te lezen)
Zoals ik in mijn vorig bericht al schreef zat ik dus in Antwerpen voornamelijk zwarte schilderijen te maken toen de laatste Limburgse steenkoolmijn sloot. Onder mijn motto “Zwart is niet Zwart” (meer info) zocht ik verschillende manieren om leven, om licht in mijn zwarte schilderijen te brengen. Door de olieverf op verschillende manieren te bewerken reflecteerde het licht er anders op, waardoor je verschillende ’tinten’ zwart zag. Je vindt hier geen foto’s van dat werk terug omdat ik er moeilijk 1 beeld kan opplakken, ter illustratie deze 2 foto’s van 1 van mijn blokken steenkool:
![]() |
dezelfde blok 2 x anders belicht, en het lijken 2 verschillende blokken.
Steenkool paste dus qua ‘zwartheid’ perfect in het plaatje waar ik toen mee bezig was, maar hoe verenig je steenkool en schilderkunst? Ik vond er een oplossing voor, maar maakte er slechts 1 werkje mee.
Lees verder →
Wanneer het net begonnen is, mijn fascinatie voor steenkool, weet ik niet, maar ik heb een sterk vermoeden dat het gewoon met de paplepel ingegeven is. Al kan het ook al in de moedermelk gezeten hebben, getuige deze mooie foto van de Houthalense schachtblokken, getrokken door mijn moeder. En zoals in elke rechtgeaarde Limburgse familie, hebben zowel mijn vader als mijn grootvader in de mijn gewerkt.
Toen eind jaren ’80 de meeste Limburgse steenkoolmijnen gesloten werden zette dat heel Limburg op zijn kop. Ik zie het nog zo voor mij, de verontwaardiging, de betogingen, en later het verdriet. Vrienden van mij die in de mijn werkten volgden omscholing om in de bouw aan de slag te gaan. En midden deze woelige tijd ‘studeerde’ ik Schilderkunst.
