Nummer 14 is eentje om te onthouden
Robert Smith had er duidelijk zin in, gisterenavond in Landgraaf. Ik ook, al was het raar, zo al dat daglicht, en dat podium zo “ver”. (Omdat ik volgende maand al alleen in Werchter ga kijken bleef ik deze keer braaf bij mijn gezelschap op een normale afstand van het podium.)
Het concert was perfect: Robert Smith zong even helder en toonvast als altijd, de ‘nieuwe’ gitarist (Reeves Gabrels) was een verrassing maar deed het uitstekend tot briljant op ‘Wrong Number’. Ik was blij ‘mijn vriendje’ Roger O’Donnell terug te vinden achter het keyboard (schitterend op ‘Trust’), Lovecats klonk leuk jazzy, het was geweldig om ‘Bananafishbones’ eindelijk eens live te horen, en het geluid, het geluid: dat was gewoon subliem! Nog nooit zo’n goed geluid gehoord op een festival als dat van The Cure gisteren op Pinkpop, nog nooit. Ieder detailke was hoorbaar alsof ge met een koptelefoon naar een CD aan het luisteren waart, geweldig gewoon.
Naarmate het concert vorderde verdwenen samen met de lichtstralen ook de ongeïnteresseerde babbelaars: het podium werd een lichtbak waar iedereen naar staarde en voor applaudisseerde. En Robert bleef vrolijk de bisnummers aan elkaar rijgen, tot hij écht moest stoppen: naar goede gewoonte een half uur later dan voorzien.
Ik kijk er naar uit, naar dat Werchter optreden volgende maand vanop de eerste rij.



Eind februari wist ik pas met zekerheid dat het project goedgekeurd was. Dat gaf me 3 maanden de tijd. Als je weet dat klei, als die uitgerold is tot platen, minstens 3 weken langzaam moet drogen om niet krom te trekken, dat het bakken een paar dagen in beslag neemt, dat alles 2 keer gebakken moet worden, én dat je op voorhand best de nodige proeven maakt om op basis van die uitslagen je werk verder te ontwikkelen, is dat niets, 3 maanden.
Toch wel een gepaste uitroep, dacht ik zo, gezien het onderwerp
Nu liggen ze allemaal langzaam te drogen in mijn atelier, tussen kranten en plastiek. Het lijkt eigenlijk eerder op een bezetting als ik het zo bekijk.




