Gallery Sofie Van den Bussche viert haar vijfjarig bestaan in hartje Brussel met Plaisir d’offrir, een grote Wunderwall met een selectie kunstenaars die eerder in de galerie tentoonstelden.
Plaisir d’offrir !
Opening op zaterdag 30 mei van 14u tot 18u.
Tentoonstelling: 30.05 > 15.08
Alex Kindt – An Vanderlinden – Anne Vanoutryve – Bart Slangen – Bart Stolle – Bart Vandevijvere – Bilal Bahir – Bis Vika* – Chantal Grard – Christian Noirfalise – Christophe Malfliet – Didier Mahieu – dominiq V.D.wall. – Dominique Romeyer – Emiel Hoorne – George De Decker – Goedele Peeters** – Griet Dobbels*** – Jacques Charlier – Jean Bilquin – Jean De Groote – Joanna Kraszewska – Joke Raes – Jonas Callaert**** – Jonas Vansteenkiste – Lieven Decabooter – Luc Vandervelde Lux – Luk Van Soom – Marcase – Marin Kasimir – Mieke Teirlinck – Mireille Robbe – Patrick Ceyssens – Rik Vermeersch – Steven Antonio Manes – Ulrike Bolenz – Virginie Bailly – William Sweetlove – Yves Beaumont – Yves Malfliet – Yves Velter – Vadim Vosters
Gallery Sofie Van den Bussche
Barthélémylaan 22
1000 Brussel
Het openingsweekend valt bovendien samen met Downtown Brussels Art, een kunstparcours doorheen Brussel waarbij verschillende galeries en tentoonstellingen de deuren openen. Info: Downtown Brussels Art
Van 30 mei tot 15 augustus is de gallerij enkel open op zaterdag van 2-6 pm
Het in Parijs gevestigde 16mag.eu Art Magazine selecteerde mij als hun Artist of the Month.
Ze publiceerden een mooi artikel over mijn werk, dat je via deze link kan lezen.
De “stilte voor de storm” is bij deze officieel voorbij, hier is de eerste uitnodiging van het jaar:
Welkom op de Biënnale Cultuurvuur 2026 in de Plantentuin van Meise.
Als winnaar van de voorgaande editie, neem ik op uitnodiging opnieuw deel. Na de schaal van mijn vorige installatie koos ik dit keer bewust voor een meer geconcentreerde opstelling, oorspronkelijk vertrekkend van één schilderij, uiteindelijk uitgegroeid tot een beperkt ensemble van werken.
Voor deze editie van de Biënnale Cultuurvuur werkten 38 kunstenaars rond een centraal thema:
Chemie van het Licht: Fotosynthese
Mijn werk gaat te zien zijn in het Kasteel, in de bovenste kamer van de linkertoren (bereikbaar via trap).
Als uitgangspunt nam ik het moment waarop fotosynthese plaatsvindt: wanneer CO₂ en water, onder invloed van licht, worden omgezet in zuurstof en glucose. De beeldtaal vertrekt, naast mijn steenkool die begin- en eindpunt is van fotosynthese, vanuit de chemische symbolen: de zeshoek verwijst naar glucose, de cirkels naar zuurstof.
Op de foto zie je de opbouw van het grootste schilderij, het eindresultaat is vanaf 1 mei te ontdekken op de Biënnale!
Biënnale Cultuurvuur 1 mei tot 31 augustus – dagelijks van 10 tot 18u
Op zaterdag 9 augustus is de tentoonstelling Black is a Colour voor het laatst te zien in Gallery Sofie Van de Bussche in Brussel.
In Black is a Colour brengen 27 hedendaagse kunstenaars hulde aan de beeldtaal van Ado Hamelrijck. Zeventwintig, want zoals Ado zelf zei: “Zwart is een kleur, het bestaat uit 27 tinten zwart.”
Ik ben trots dat ik met mijn werk deel mag uitmaken van dit collectief eerbetoon. Binnenkort vertel ik hier meer over het werk dat ik speciaal voor deze expo maakte. Maar ga het nu vooral zélf ontdekken nu het nog kan.
Wie nieuwsgierig is naar het verhaal erachter, mag me er zaterdag gerust naar vragen — ik ben dan aanwezig in de galerie.
Alle info over de expo op de website van Gallery Sofie Van den Bussche: > lees
In de wereld van An Vanderlinden is zwart geen kleur, maar een staat van zijn. Zwart roept geen somberheid op, maar een verlangen naar licht en ruimte, waarin alles kan ontstaan. In de kunstwereld wordt zwart vaak gezien als de basis van kleur, een paradoxale leegte die vol potentie zit. Als kunstflaneur sta ik graag stil bij kunstenaars die zich met hart en ziel verliezen in een passie. Bij Vanderlinden is dat zwart: een gelaagde, gitzwarte droom waarin steenkool niet langer enkel een relikwie van industrieel erfgoed is, maar een bron van nieuwe esthetiek. Haar werk beweegt tussen figuratie en abstractie, tussen het verhalende en het puur materiële.
Laat dit geen droge analyse zijn, maar een wandeling door een landschap waarin mijnschachten en steenkoolstof de weg wijzen. Want An Vanderlinden is niet zomaar een schilder; ze is een chemicus van zwart licht.
Het begin van een zwarte droom
“Heel vroeger, toen ik studeerde, maakte ik al zwarte schilderijen. Mijn eindwerk ging over zwart in de schilderkunst.” Zo opent Vanderlinden haar verhaal. Geen halfslachtige introductie, maar een duidelijke aanzet tot wat een levenslange zoektocht naar het perfecte zwart zou worden. De kunstenares schilderde in haar jonge jaren met olieverf, creëerde diepe composities waarin textuur en reflectie het zwart bijna tastbaar maakten. Maar op een bepaald moment moest het anders. “Op den duur had ik zoiets van: ik kan er nog honderd maken, maar wat is het punt?”
Dat punt vond ze in 2011, tijdens een tentoonstelling voor het honderdjarige bestaan van de tuinwijk van Eisden. Hier kwam steenkool opnieuw op haar pad. “Ik maakte een grote plaat met Sint-Barbara en een half kommetje gevuld met steenkool op.” Deze hernieuwde ontmoeting met het mineraal werd een scharniermoment: zwart werd letterlijk aards. Bovendien ontdekte Vanderlinden dat Sint-Barbara, de patroonheilige van mijnwerkers, een centrale rol speelde in tradities zoals de ‘kolenslag’ op 4 december, een feestdag waarbij mijnwerkers wedijverden om de meeste kolen naar boven te halen.
De zoektocht naar het diepste zwart
Wie over de kleur zwart spreekt, kan niet om Anish Kapoor heen, de kunstenaar die in 2017 het alleenrecht op Vantablack kreeg, het zwartste zwart ter wereld. Deze gebeurtenis wekte haar nieuwsgierigheid en bracht haar naar de verfexperimenten van de Britse kunstenaar Stuart Semple. “Hij vond het schandalig dat Kapoor dat recht had en ontwikkelde zijn eigen zwarte verf die voor iedereen toegankelijk was, behalve voor Kapoor,” vertelt Vanderlinden met een lichte glimlach.
Geïnspireerd door deze rebellie ging ze zelf aan de slag. Haar laboratorium? De mijnen van Beringen, Zolder en andere Limburgse terreinen. “Elke mijn gaf een ander soort steenkool met een eigen karakter: van bruinzwart tot glanzend antraciet.” Ze begon blokken steenkool te vermalen, het gruis te filteren en daar verf van te maken. Dit proces ging verder dan een simpel experiment; de kunstenaar onderzocht minutieus de chemische eigenschappen van verschillende soorten steenkool om variaties in zwart te creëren, variërend van warme tinten tot het diepste zwart.
“Voor mij is zwart altijd een boodschap van hoop,” vertelt ze. Dat klinkt paradoxaal, maar is typerend voor haar filosofie. Waar zwart vaak geassocieerd wordt met afwezigheid of duisternis, ziet Vanderlinden juist de potentie ervan om licht te onthullen. “Zwart zit vol nuances. Het kan altijd zwarter, maar het kan ook altijd lichter.”
Vanderlinden beschrijft hoe haar zoektocht naar het ultieme zwart zich ontwikkelde als een alchemistisch proces. “Ik verfijn mijn verf voortdurend. Het moet niet alleen zwart zijn, maar ook houdbaar blijven. Je wil dat schilderijen over tientallen jaren nog steeds zwart zijn.”
De gelaagdheid van haar werken — vaak opgebouwd uit tien tot twintig lagen verf — toont haar drang naar perfectionisme. Maar daar zit net de kracht: zwart wordt geen vlak, maar een oppervlak waarin licht gevangen lijkt te zitten.
Industrieel erfgoed als muze
Zwart is voor Vanderlinden niet alleen een esthetische keuze, maar een hommage aan het industriële erfgoed dat haar inspireert. “De verlaten mijngebouwen zijn enorm indrukwekkend. Je ziet overal trappen en cabines. Die vormen laat ik ook terugkomen in mijn kunst.”
Haar werken balanceren tussen figuratie en geometrie. Soms duiken nog herkenbare elementen op, zoals structuren die verwijzen naar mijngebouwen of industriële landschappen. Andere keren zijn haar composities puur abstract, opgebouwd uit patronen en texturen die verwijzen naar de materiële eigenschappen van steenkool. Naast deze abstracte benadering begon Vanderlinden recent ook met het schilderen van terrils — de karakteristieke mijnsteenbergen — met aquarelverf die ze zelf maakt van lokaal steenkoolgruis, gemengd met regenwater uit Limburg. Dit vormt een speelse en tegelijk poëtische aanvulling op haar eerdere werken.
De belofte van een zwart licht
Wie door een tentoonstelling van An Vanderlinden dwaalt, moet de tijd nemen. Haar werken vragen om een trage blik, een geduldige verkenning van oppervlakken die op het eerste gezicht monolithisch lijken, maar bij nader inzien subtiele schakeringen onthullen.
“Ik heb nu echt het zwart gevonden waar ik vroeger van droomde,” zegt ze resoluut. “Hier kan ik alles mee doen.” Die uitspraak getuigt van een zeldzaam meesterschap over een kleur die doorgaans als eindpunt wordt gezien, maar bij Vanderlinden altijd een begin blijkt te zijn.
Zelf blijft ze verder experimenteren. Ze maakt nu ook aquarelverf van steenkool en gebruikt lokaal regenwater om het proces compleet Limburgs te maken. Haar plannen om driedimensionale sculpturen van steenkool te maken, tonen aan dat haar obsessie met zwart allesbehalve uitgeput is.
Epiloog
Een ontmoeting met het werk van An Vanderlinden is als het betreden van een andere dimensie, waar zwart geen einde maar een uitnodiging is. Haar kunst ademt een fascinatie voor materie en licht, voor het onzichtbare dat zichtbaar wordt.
Zwart, dat ooit synoniem stond voor stilte en verstilling, is bij de kunstenaar juist een vorm van spreken. Het is een oproep om beter te kijken, dieper te voelen en te ontdekken dat zelfs in het donker altijd een glimp van licht verborgen ligt.
De laatste dag van de eerste maand van dit jaar, was een leuke dag. Ik had namelijk een goede reden om de lekkerste chocolade gebakjes te gaan uitkiezen bij de beste patissier in de wijde omtrek: Yves Joris, beter bekend als de Kunstflaneur kwam op atelierbezoek! Iets met Limburgse Gastvrijheid die niet verdwijnt als je net over de provinciegrens gaat wonen ;-).
Of het alleen de taart was die gesmaakt werd, kom je te weten op zijn bekende blog.
Hier alvast de intro, als smaakmaker ;-)
Zwart dat spreekt, de poëtische donkerte van An Vanderlinden
In de wereld van An Vanderlinden is zwart geen kleur, maar een staat van zijn. Zwart roept geen somberheid op, maar een verlangen naar licht en ruimte, waarin alles kan ontstaan. In de kunstwereld wordt zwart vaak gezien als de basis van kleur, een paradoxale leegte die vol potentie zit. Als kunstflaneur sta ik graag stil bij kunstenaars die zich met hart en ziel verliezen in een passie. Bij Vanderlinden is dat zwart: een gelaagde, gitzwarte droom waarin steenkool niet langer enkel een relikwie van industrieel erfgoed is, maar een bron van nieuwe esthetiek. Haar werk beweegt tussen figuratie en abstractie, tussen het verhalende en het puur materiële.
Laat dit geen droge analyse zijn, maar een wandeling door een landschap waarin mijnschachten en steenkoolstof de weg wijzen. Want An Vanderlinden is niet zomaar een schilder; ze is een chemicus van zwart licht.
Ter voorbereiding voor het artikel ” Kunstenaarsonderzoek van An Vanderlinden “, gepubliceerd in het herfstnummer van kM (nog steeds te koop, zie link onderaan) deed Joop Okx diepgravend onderzoek naar steenkool als pigment. Zijn verbazing dat er quasi niets over terug te vinden is in de lectuur, was even groot als die van mezelf 7 jaar geleden. Het lijkt zo voor de hand liggend, maar dat is het dus niet.
De enige 2 sporen van het gebruik van steenkool als pigment die hij kon terugvinden, waren 1) het gebruik van Shungiet, een ca. 2 miljard jaar oud materiaal met een bijzonder hoog koolstofgehalte in de Noord-Russische iconenschilderkunst, vooral in de 17e en 18e eeuw, en 2) Bideford Black uit het Verenigd Koninkrijk. Dat werd er op grote schaal tot pigment verwerkt, van in de 13e eeuw tot 1969.
Nu vermoed ik dat ik door mijn vraag 7 jaar geleden aan Kremer Pigmente, daar iemand wakker gemaakt heb. Toen was er geen steenkool te koop als pigment, en nu… jawel, zowel gewone steenkool, Antraciet dus, als Shungiet, als Bideford Black. Dat laatste zijn ze zélf terug gaan ontginnen notabene. Dat moest ik dus testen!
Ik vermaalde een stukje van de Shungiet die Joop Okx mij schonk tijdens het interview (waarvoor nogmaal hartelijk dank!), en bestelde bij Kremer de Shungiet en Bideford Black pigmenten. Vervolgens maakte is pigmentpasta’s van alle bovenstaande, en van mijn eigen Charbon de Beringen. Ook de verftesten maakte ik van alles op identiek dezelfde manier. Ik was zeer erg benieuwd of Shungiet zwarter zou zijn. Of Bideford Black?
Het resultaat: ze zijn allemaal heel, heel erg zwart. Maar raad nu eens wélke steenkool het zwartst is?
Inderdaad : Charbon de Beringen.
Limburg boven! :-D
(Het verschil is in het echt niet zo groot als op de laatste foto, de camera heeft het bijgetrokken)
NB: 7 jaar geleden maakte ik de zwartste zwarte verf. Dat is niet hetzelfde als het zwarste zwart, zoals ik toen ook al schreef. Inmiddels is er heel erg veel gebeurd op het vlak van verfontwikkeling: verschillende fabrikanten brachten er in een race tegen elkaar een zwarte verf’ uit, gebaseerd op nanotechnologie. Black 4.0, Muso Black, … zijn zwarter dan die van mij. Maar van alle verf die gemaakt is met MINERALE pigmenten, is die van mij het zwartst… voor zover ik nu weet ;-). In de wetenschap moet men altijd met 2 woorden spreken, dat wordt wel eens vergeten heden ten dage ;-).