|
Recensies door:
Gerlinde Gilissen, 2008
Fons De Bleser, 1998
E. Boon, 1994
E. Boon, 1993
persartikels (pdf)
Mei 28, 1998
Met de hulp van The Cure
(Het Belang Van Limburg)
Mei 28, 1998
Ef toont mystiek en dynamiek
(Het Laatste Nieuws)
Januari, 1997
Abstracte olieverven van An Vanderlinden
(De Weekkrant)
Maart 13, 1996
'Vijf van bij ons' in Museum Tysmans te Houthalen
(De Weekkrant)
September 6, 1995
De hele wereld is geel
Het Belang Van Limburg)
November, 1993
Voor An Vanderlinden is "zwart niet zwart"
(De Weekkrant ) | |
An Vanderlinden
recensie door: Gerlinde Gilissen, 2008
Het moet begin jaren 90 geweest zijn dat ik het werk van An voor ’t eerst zag ergens in een Limburgs Cultureel Centrum.
De zwarte grote doeken –met als leidmotief het zo vaak terugkerende kruis- lieten een bevreemdende indruk na en ik vroeg me af wie de kunstenaar was die me met haar donkere palet zo wist te verleiden. Terwijl ik toch een grote voorliefde voor heldere kleuren heb.
Jaren later leerde ik de kunstenaar persoonlijk kennen. Wie had durven denken dat deze An, altijd lachend en bruisend, de vrouw achter deze duistere doeken was?
Het verbaasde me, maar tegelijk kon ik het kaderen. Want An blijft verbazen, net zoals het krachtige van het zwart altijd blijft doorspelen in de evolutie van haar kunstwerken. Ook al kiest zij uit het kleurenpalet nu ook andere, lichtere tinten.
De werken van An zijn niet makkelijk en toch zijn ze dat wel.
In haar abstracte doeken gaat ze consequent het figuratieve uit de weg. Een vorm die op het doek verschijnt en haar –wanneer ze het resultaat later bekijkt- al te zeer doet denken aan iets herkenbaars, wordt onherroepelijk overschilderd. Een dappere keuze, omdat die in vele gevallen gaat leiden tot een compleet ander beeld, dat dan weer herwerkt en aangepast moet worden.
In die veelheid van vormen en kleuren, laat An je als toeschouwer echter de volledige vrijheid. Je wordt uitgenodigd om te kijken en als je vormen herkennen wil, dan kan dat.
Zelden nodigen abstracte schilderijen mij uit om naar binnen te stappen. Maar als ik voor een doek van An sta, zet ik die stap wel. De wereld waarin ik terecht kom is net zo vreemd als in die eerste donkere doeken die ik ooit van haar zag.
Ik voel me onwennig, een beetje onwerkelijk, alsof ik me plots bevind in een wereld die niet de mijne is, maar me wel uitnodigend opneemt. Ik ben niet afgeschrikt, maar eerder nieuwsgierig. Vormen duiken op, kleuren vloeien in elkaar over, het perspectief neemt een loopje met me.
Ik voel dat hier iemand aan het werk is geweest, die krachtig en in haar eigen allerpersoonlijkste beeldentaal zich ten volle geeft voor en in haar werk.
Dat merk ik ook als ik het atelier van An bezoek. Zijn zolders meestal geen vergeten plekken, vol spinnenwebben en sporen van lang vergeten herinneringen?
Niet voor An. De zolder waar ze werkt blaakt van het licht dat met grote vlakken naar binnen wordt gezogen. Het licht waar ze zo van houdt en dat ze zo nodig heeft.
Het licht waarvoor ze jaarlijks een aantal keer naar haar geliefde Griekse eilanden trekt.
An schildert spontaan, net zoals ze is. Vanuit het buikgevoel. Soms een periode even niet, dan weer wel en heel intens. Omdat het in haar zit, vertelt ze me. Alsof het een soort verplichting is, die ze heeft ten opzichte van de wereld waarvan zij deel uitmaakt.
Een leeg doek kan dan ook niet anders dan een uitdaging zijn. Langzaam wordt het beeld opgebouwd. Het is geen weergave van een landschap, een gebouw of een voorwerp. Het zit dieper dan dat. Het is een uiten van gevoelens, die –soms wel in drie vier lagen- vorm krijgen.
De donkere dagen van onze lange winters tonen koele afstandelijke kleuren op het doek. Om dan weer op te klaren in de warmere tinten van de lente. En als de lang verwachte zomer zijn intrede doet, klaart ook het palet op. Warme kleuren, als de zon die de Griekse eilanden in vuur zet.
Ook wat er gebeurt in de wereld om haar heen, heeft invloed op het palet. Oorlogsbeelden en de machteloosheid om wat te kunnen veranderen kunnen zo’n indruk maken dat ze een doek donker kleuren.
Een levend kunstenaar staat immers met zijn beide voeten in de realiteit van vandaag en geeft reflecties en opbouwende kritiek over de wereld waarin hij functioneert. Immers… zoals Camus beweerde: ‘Als de wereld begrijpelijk was, zou er geen kunst bestaan.’
Haar werken zijn een bijzondere combinatie van dynamiek en verstilde poëzie, dat An als mens ook typeert. Onstuimig, een beetje wild misschien, soms zelfs prettig gestoord, maar altijd bewust, doordacht en geëngageerd.
Hoewel An’s schilderijen een flair uitstralen, die lijkt alsof de verf schijnbaar losjes op het doek is aangebracht, is het resultaat vooraf gegaan door een heel intensief proces. Schilderen slorpt dan ook energie. Een energie die je alleen kan opbrengen als je passie hebt voor je vak.
An is niet snel tevreden. Soms ontstaan er reeksen, drie of vier schilderijen.
Altijd anders en toch duidelijk de stempel van ‘An Vanderlinden’ dragend. Ze durft het aan om –wanneer de reeks klaar is- een doek helemaal te overschilderen.
Omdat er misschien één vorm niet voldoet. Lagen verf worden bewerkt met een paletmes of schildersrol. Opengewerkte kerven laten subtiel achterliggende lagen kleur zien. Ze lijken littekens op de huid van het doek.
An is altijd op zoek. Het scheppingsproces is een voortdurend zoeken, een uitputtend worstelen met nieuwe invloeden, gevoelens en denkwijzen. Daarin ligt de kracht van de kunstenaar én de werken van An Vanderlinden.
Ze zoekt en zal blijven zoeken.
Gerlinde Gilissen, 2008
uit openingstoespraak tentoonstelling in Kunstkerkje van Laak,
Houthalen
|